Nieuws

Per 1 januari 2008 rechtstreeks naar de oefentherapeut Cesar/
Mensendieck zonder dat de patiënt/cliënt eerst naar de (huis)
arts moet voor een verwijsbrief. Kort samengevat is dat de kern van de nieuwe voorziening Directe Toegankelijkheid
Oefentherapie.
Wat is DTO?
Mensen met klachten die samenhangen met houding en beweging, weten zelf vaak heel goed wat ze nodig hebben.
Voor veel van deze cliënten/patiënten is oefentherapie de aangewezen behandeling. Oefentherapeuten Cesar en
Mensendieck zijn bewegingsspecialisten bij uitstek. Zij kijken naar het verband tussen klacht, lichaamshouding
en bewegingsgewoontes en stellen voor elke patiënt een
individueel behandelprogramma samen. DTO geeft patiënten
de vrijheid om zelf, op eigen initiatief en zonder tussenkomst
van de huisarts, een oefentherapeut in te schakelen. Voortaan
kan de cliënt/patiënt de kortste weg naar de juiste behandeling
nemen en, samen met de oefentherapeut Cesar of Mensendieck,
zo snel mogelijk aan zijn herstel gaan werken.
Hoe gaat DTO in z’n werk?
De cliënt/patiënt die zich (rechtstreeks) heeft aangemeld, zal
door de oefentherapeut eerst zorgvuldig worden gescreend.
Deze screening moet aan het licht brengen of de patiënt met
zijn klachten bij de oefentherapeut inderdaad aan het juiste
adres is. Deze stap is dus heel belangrijk. Want blijkt er iets
anders aan de hand te zijn, bijvoorbeeld een aandoening
waarvoor oefentherapie (nog) niet is geïndiceerd, dan moet
dat natuurlijk zo snel mogelijk helder zijn. In zo’n geval krijgt
de patiënt het advies om alsnog naar de arts te gaan. In alle
andere gevallen volgt stap twee, waarin de oefentherapeut
nader onderzoekt of oefentherapie voor de betreffende patiënt
zinvol is. Zodra dat vaststaat, zal de oefentherapeut met de
patiënt concrete afspraken maken over bijvoorbeeld de aard,
de start, de duur en het te bereiken doel van de behandeling.
Voor alle duidelijkheid: ‘directe toegankelijkheid’ is dus niet
hetzelfde als ‘direct aan de beurt zijn’. DTO versnelt weliswaar
de kans op oefentherapie, maar inplanning blijft noodzakelijk.
Het spreekt natuurlijk vanzelf dat de oefentherapeut alles in het
werk zal stellen om zo snel mogelijk met de screening en evt. de
daaruit voortvloeiende behandeling te kunnen beginnen.
Is DTO voor iedereen?
Voorwaarden zijn er niet aan verbonden, dus het maakt in
principe niet uit wat de zorgvraag is of wat de klachten zijn. We
adviseren iedereen die kiest voor de directe toegankelijkheid
van een oefentherapeut Cesar of Mensendieck: bekijk uw
polisvoorwaarden en/of vraag uw oefentherapeut.
Directe Toegankelijkheid Oefentherapie (DTO) maakt
Oefentherapie voor iedereen rechtstreeks bereikbaar
Meer informatie?
Vereniging van Oefentherapie Cesar en Mensendieck (VvOCM)
Telefoon: (030) 262 56 27
E-mail: pers@vvocm.nl
Internet: www.oefentherapeut.nl
Wij zijn u graag van dienst en weten wat u beweegt.
Samenwerking:
Tussen het Fysiohuis en mijn praktijk zijn gesprekken geweest over een eventuele multidisciplinaire samenwerking. Begin volgend jaar wordt er een voorstel besproken met de manueeltherapeuten uit de regio. Zodra er meer zicht op concrete plannen is, zullen we meer in details treden. Ik hoop op een goede samenwerking in de toekomst!
Overzicht specialisaties:
De volgende specialisaties zijn in de praktijk aanwezig:
NIEUWSBERICHT
Eindelijk heeft de minister een besluit genomen, per 1 januari 2008 wordt onze beroepsgroep ook DIRECKT TOEGANKELIJK !!!
Dit betekend voor u, dat er geen verwijzing door dokter, specialist of bedrijfsarts meer noodzakelijk is voor het volgen van oefentherapie Cesar/Mensendieck
Tijdens het eerste contact zal er een korte creening plaats vinden, die uit moet wijzen of u op het juiste adres bent voor behandeling. Zijn er zogenaamde “rode vlaggen” (klachten die niet bij een bepaald beeld passen, waar vragen oprijzen) dan zal u alsnog uw huisarts moeten consulteren. Dit om te vorkomen, dat er heel essentiele dingen over het hoofd worden gezien.
Het is natuurlijk altijd goed om toch uw huisarts eerst raad te plegen.
Voor ons als oefentherapeuten komt er nu een einde aan een scheve verhouding ten opzichte van onze collega’s fysiotherapeuten, die al vanaf 1 januari 2006 directe toegang kennen.
Het zet ook de deuren open tot een intensievere samenwerking met andere collega’s in de zorg. Een vooruitgang voor u, en voor ons!
Een blokje om is goed voor:
Het wandelseizoen is in volle hevigheid losgebarsten, met als hoogtepunt volgende maand de Nijmeegse Vierdaagse. U hoeft echter geen lange afstandsmars te lopen om gezondheidswinst te boeken. Voor bijna de helft van de bevolking zou een dagelijks ommetje de kans op bijvoorbeeld diabetes, hart- en vaatziekten en botontkalking al duidelijk verlagen.
Voor veel wetenschappers is dat een tamelijk nieuw inzicht. Ook blijkt het niet nodig om een actievere levensstijl eerst maanden vol te houden om gezonder te worden. Wie vandaag een lekker eind gaat lopen, doet zijn lichaam daar direct een plezier mee. Alleen: om de winst vast te houden, moet er morgen weer gewandeld worden.
,,Het is echt een misverstand dat je alleen gezond wordt van hollen en joggen,’’ zegt prof. dr. Harm Kuipers, oud-topschaatser en hoogleraar bewegingswetenschappen aan de universiteit van Maastricht. De nieuwe Nederlandse bewegingsnorm is om zeker vijf dagen per week tenminste een half uur te bewegen. ,,En dan telt het ook mee als u de trap neemt in plaats van de lift, en de fiets pakt naar het postkantoor,’’ aldus Kuipers. ,,Het ommetje hoort daar bij.’’
Meer en intensiever bewegen is altijd beter. Maar wel volgens de wet van de verminderde meeropbrengst: de stap van niets tot dat half uurtje bewegen per dag levert meer op dan elke volgende stap. De grootste winst valt dus te behalen bij de 45 procent van de bevolking die de bewegingsnorm niet haalt.
Die winst kan duizelingwekkend zijn, rekent Kuipers voor: ,,Als de helft van de mensen met ouderdomsdiabetes vier keer per week een half uur stevig zou wandelen, zou dat aan zorgkosten 350 miljoen euro per jaar besparen.’’ Om nog maar te zwijgen van de gezondheidsellende die deze patiënten bespaard kan blijven.
Bewegen werkt niet alleen tegen diabetes. De lijst van (chronische) ziekten die voor een kleiner of groter deel voorkomen kunnen worden, groeit gestaag. Tot dusver is een heilzaam effect bekend op sterfte door hart- en vaatziekten, zoals hartinfarcten en beroertes, op botontkalking, op angststoornissen en depressies, en mogelijk ook op dementie en borst- en darmkanker. Bovendien blijven lichamelijk actieve ouderen langer fit, en daarmee zelfredzaam en mobiel. Meer bewegen helpt ook om het gewicht stabiel te houden.
Al die heilzame effecten zijn statistisch bewezen. Alleen is nog lang niet uitgedokterd wat een flinke wandeling nu precies in het lichaam teweegbrengt. Tal van gunstige effecten zijn aangetoond, het totaalplaatje is nog wat wazig.
Eén van Kuipers’ eigen promovendi bewees bijvoorbeeld dat een matig intensieve training bij mensen met ouderdomsdiabetes de pieken in de bloedsuikerspiegel vermindert. Het zijn juist die pieken in de bloedsuikerspiegel die bij diabetici zorgen voor de ernstige complicaties, zoals aderverkalking en zenuwuitval. Andere onderzoekers vonden een directe verbetering van de werking van het onwillekeurige zenuwstelsel, van de wanden van bloedvaten, lagere cholesterolwaarden en bloeddruk en een vermindering van de bloedstolling en ontstekingsstofjes in het bloed.
Veel van deze effecten treden al direct na de eerste training op en houden een aantal uren aan. Of ze je ook dat lekkere, voldane gevoel en een leeggewaaid hoofd bezorgen die je na een wandeling kunt hebben, is nog maar de vraag. ,,Lang dachten we dat dat werd veroorzaakt door endorfinen, stofjes in de hersenen die een prettig gevoel geven. Maar waarschijnlijk is er toch meer aan de hand,’’ zegt Kuipers. ,,Zo is er ook een psychische component.’’
Dat is ook wat veel wandelaars en ommetjesmakers zelf noemen. Bijvoorbeeld Jos van de Rijst die al acht jaar tijdens zijn lunchpauze een ommetje maakt. ,,Ik doe het eigenlijk meer voor de geest. Om even in de buitenlucht te zijn, weg van de stress achter mijn bureau.’’
Ook Manuel Dekkers, die als reisleider voor de natuurreisorganisatie SNP meer dan zestig wandelreizen begeleidde, noemt als eerste de rustgevende effecten van een wandeling. ,,Een wandeling nodigt uit tot bezinning,’’ zegt hij. ,,Bovendien heb je tijdens een wandeling al snel een goed gesprek.’’ Vandaag komt een wandelgids uit die Dekkers samen met zijn vrouw Marian Kingma schreef. Wandelingen door park, stad en land, heet het vervolg op hun eerste Capitool wandelgids.
Dekkers heeft wel wat tips voor beginnende wandelaars. De belangrijkste: ,,Begin rustig.’’ Wie een te lange wandeling maakt, komt doodmoe thuis. En dan heeft u geen zin in nog zo’n wandeling. Een richtlijn: ,,Iedereen die goed gezond is kan een wandeling van zes tot tien kilometer - een tot twee uur lopen - zonder oefenen aan,’’ zegt Dekkers. Een blokje om is meestal korter: een kilometer of drie, binnen een half uur te doen.
Wandelen is voor de meeste mensen een haalbare en ongevaarlijke bewegingsvorm. Alleen bij bijvoorbeeld ernstige reuma, artrose of een groot beenlengteverschil is het verstandiger iets anders (fietsen) te kiezen. Zelfs voor wie echt slecht ter been is, worden wandelinitiatieven genomen. Zo zet Job Haug van de Stichting Cliëntenbelang Utrecht zich in voor rollatorroutes rond verzorgingshuizen. Haug: ,,Ik ben al blij als iemand die anders binnen blijft, honderd meter kan lopen.’’
Oudere mensen die last hebben van geheugenklachten kunnen hun geheugen verbeteren door regelmatig te bewegen. Uit onderzoek van Jannique van Uffelen onder 152 ouderen blijkt dat het geheugen baat heeft bij matig intensieve lichamelijke activiteit.
Van Uffelen onderzocht de effecten van een wandelprogramma en van vitaminepillen onder 152 zelfstandig wonende ouderen tussen de 70 en 80 jaar met geheugenklachten. Een jaar lang wandelden ouderen twee maal per week een uur, ook slikten zij vitaminepillen. De vitaminepillen bevatten hoge doses foliumzuur, vitamine B6 en vitamine B12. Het slikken van de vitaminepillen heeft tot nog toe geen aantoonbaar effect gehad op de cognitieve capaciteiten van ouderen. Maar regelmatig bewegen wel. De onderzoekster testte verschillende cognitieve aspecten, zoals de snelheid van informatieverwerking en het kunnen vasthouden van de aandacht. Zowel bij mannen als vrouwen die regelmatig deelnamen aan de wandelsessies verbeterden aspecten van het cognitief functioneren, waaronder het geheugen.
Op basis van deze resultaten en de uit de literatuur bekende gezondheidsvoordelen van een lichamelijk actieve leefstijl wordt ook aan ouderen met geheugenklachten regelmatige deelname aan matig intensieve lichamelijke activiteiten aangeraden. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van ‘Body@Work’ (www.bodyatwork.nl), onderzoeksinstituut voor bewegen, arbeid en gezondheid, een gezamenlijk initiatief van VUmc en TNO. Van Uffelen is de eerste onderzoeker die binnen het onderzoeksprogramma van Body@work promoveert.
Hersenstichting-folder over TIA
De Hersenstichting Nederland heeft een nieuwe folder uitgebracht over TIA.
Een TIA staat voor Transient Ischaemic Attack, ofwel een tijdelijke hapering van de bloeddoorstroming in de hersenen. Daardoor treden uitvalverschijnselen op, zoals
plotseling dubbelzien, verlammingen en evenwichtsverlies. Een TIA is een vreemde,
kortdurende ervaring die geen blijvende schade veroorzaakt. Toch moet een TIA serieus
worden genomen, want het is vaak een voorbode van een beroerte. Dankzij deze waarschuwing
kunnen hiertegen op tijd maatregelen worden genomen.
In de nieuwe folder over TIA, in de serie Denk eens na over hersenen, wordt ingegaan op
oorzaken, symptomen, diagnose, behandeling en gevolgen.
De folder is te bestellen via www.hersenstichting.nl, of verkrijgbaar via de meeste
apotheken.
Nieuwe nationale campagne ‘30 minuten bewegen' van start
30 januari waren burgemeesters, wethouders, gedeputeerden en directeuren van provinciale sportraden getuigen van een rondje Nederland in 30 minuten. Dit was tevens de start van de landelijke campagne ‘30 minuten bewegen'. Met deze campagne wordt elke Nederlander aangemoedigd de komende jaren in beweging te komen voor een gezonder en actiever bestaan. Voor de jeugd geldt zelfs dubbel 30 (tweemaal 30 minuten bewegen).
De helft van de Nederlanders beweegt te weinig. Veel van hen hebben te kampen met overgewicht. Uiteindelijk kan dit ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. ‘30 minuten bewegen' is er om Nederlanders te laten zien dat een kleine investering in tijd een groot verschil kan maken in de gezondheidstoestand. Bewegen is bovendien een verrijking van het dagelijkse leven. Het is zelfs ‘in' om een gezonde en sportieve levensstijl te hebben. Helaas is de kloof tussen denken en doen nog groot.
Stimulering vanuit de eigen omgeving blijkt het beste te werken. Daarom sluit ‘30 minuten bewegen' aan op initiatieven op lokaal en regionaal niveau. Meerdere provinciale en gemeentelijke partijen en organisaties hebben nu al aangegeven mee te werken. Onder hen de campagnes in Flevoland en Drenthe, het project Lokaal Actief en de huisartsenorganisaties LHV en NHG. Ambassadeurs als Bas van der Goor, Nico Rienks, Barbara de Loor, Jacco Eltingh, Paul Haarhuis en Karl Noten scharen zich achter de campagne.
In de campagne is speciale aandacht voor die groepen Nederlanders die achterblijven met bewegen: zoals vmbo-ers, 50-plussers, werkenden en chronisch zieken. Daarmee is '30 minuten bewegen' van deze tijd: de beweegcampagne van én voor ons allemaal.
De campagne 30 minuten bewegen wordt het Nederlands Instituut voor Sport en bewegen (NISB) uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. Het nationaal gezondheidsinstituut NIGZ is een van de partners.
Ouderen vallen vaker door slaaptabletten
Meer dan de helft 50-plussers met botbreuk heeft osteoporose
Van alle patiënten met een botbreuk die op de Fractuur en Osteoporose polikliniek van het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) zijn onderzocht, heeft ruim 60 procent manifeste osteoporose (botontkalking). Dat blijkt uit de gegevens die in het afgelopen jaar op de polikliniek zijn verzameld.
In het Academisch Ziekenhuis Groningen is eind juli 2003 een Fractuur en Osteoporosepolikliniek geopend. Alle patiënten van 50 jaar en ouder die op de centrale spoedopvang van het AZG worden behandeld voor een fractuur, sindsdien uitgenodigd voor onderzoek en eventueel behandeling op de nieuwe polikliniek.
In het eerste jaar zijn op de Fractuur en Osteoporosepolikliniek zo’n 300 patiënten onderzocht op osteoporose. Van deze patiënten bleek ruim 60 procent manifeste osteoporose te hebben en kwam bij 43 procent van de patiënten met osteoporose een vitamine D deficiëntie voor. Ook werd bij 21 van de eerste 100 patiënten een nog niet eerder geconstateerde inzakkingsfractuur van een wervel gevonden.
Een tot drie miljoen Nederlanders lijdt chronisch pijn
(Bron: Volkskrant)
NIJMEGEN - In Nederland lijden een tot drie miljoen mensen chronisch pijn. Hun aantal zal de komende jaren nog stijgen, onder meer door de vergrijzing. Het is daarom betreurenswaardig dat het ministerie van VWS heeft besloten de financiële ondersteuning van de vier academische Pijnkenniscentra te beëindigen.
Dat zegt hoogleraar Pijnbestrijding Ben Crul van het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen vrijdag in zijn afscheidsrede. Crul was in 1982 de eerste consulent pijnbestrijding in Nederland en richtte in Nijmegen ook het eerste Pijncentrum op. Daarna zijn er centra in Rotterdam, Maastricht en Groningen gekomen. Crul voorspelt dat chronische pijn binnen zeer afzienbare tijd door alle artsen als een zelfstandige ziekte zal worden gezien.
‘Pijn tast de kwaliteit van leven aan. Wie chronisch pijn lijdt, ervaart een grauwsluier over zijn dagelijks leven. De dofheid daarvan staat weerspiegeld op een gezicht met weinig mimiek’, zegt Crul. Hij vindt dat artsen onbegrepen pijnklachten nog te vaak klakkeloos afdoen met ‘Neemt u maar een paracetamolletje.’ Volgens de hoogleraar etaleert een arts die een patiënt daarmee wegstuurt, een gebrek aan actuele kennis op het gebied van pijnbestrijding.
De hoogleraar stelt dat er in de artsenopleiding nog steeds nauwelijks aandacht is voor pijn als zelfstandig fenomeen. ‘De meeste artsen beseffen nu wel dat pijn een brede achtergrond kan hebben. Maar voor pijnklachten die ze niet kunnen herleiden naar een aandoening verliest de dokter snel zijn belangstelling. De pijn wordt iets dubieus, iets wat de patiënt zich kennelijk inbeeldt. Studenten zouden veel beter moeten leren om te gaan en mee te leven met onbegrepen pijn’, aldus Crul.
De gevaren van hyponatremie 10/10/2006
(bron: advalvas.be)
Wie een marathon wil uitlopen, moet uiteraard veel drinken. Toch opgelet dat u bepaalde grenzen niet overschrijdt...
De marathon: slachtoffer van zijn succes 
De marathon van Boston, april 2002: Cynthia Lucero dacht er goed aan te doen om de hele wedstrijd lang veel water en energiedranken te nuttigen. Ze had zich ingeschreven voor de marathon om een goed doel te steunen: de strijd tegen leukemie, een zaak die haar bijzonder na aan het hart lag. 4 km voor de aankomststreep zakt ze echter in elkaar en verliest ze het bewustzijn. Ze zal nooit meer bijkomen! Uit de autopsie blijkt dat ze overleden is aan ernstige hyponatremie. De sportwereld was geschokt toen het drama bekendraakte.
Hyponatremie wordt gekenmerkt door een te laag natriumgehalte in het bloed als gevolg van te veel water drinken. De aandoening
veroorzaakt neurologische schade die in het ergste geval tot de dood kan leiden.
Vanaf 1985 hadden specialisten zoals de Zuid-Afrikaanse fysioloog Tim Noakes sporters nochtans gewaarschuwd tegen de risico's van te veel drinken tijdens het sporten. Probleem was dat slechts weinig marathonlopers dat wisten. De meesten hielden - en houden - zich nog altijd aan het dogma dat je zo veel mogelijk moet drinken: minstens
een paar slokken bij elke bevoorrading. Soms met dramatische gevolgen.
De dood van Cynthia Lucero is immers geen alleenstaand geval, integendeel: het aantal slachtoffers is sterk gestegen. Zo blijkt uit een recente studie dat 13 % van alle deelnemers aan de marathon van Boston in 2005 hyponatremie had bij aankomst. De onderzoekers
gingen uiteraard de oorzaak na van het verschijnsel en zochten naar manieren om de spiraal te doorbreken. Het onderzoek wijst uit dat de marathon een beetje het slachtoffer is van zijn eigen succes. Heel wat beginners schrijven zich in voor hun eerste marathon, voor hun eigen voldoening of om een humanitair project te steunen, zonder de minste
ervaring met dit soort inspanningen en zonder de ambitie een bepaalde tijd neer te zetten.
En daar wringt nu net het schoentje. Zo blijkt vandaag dat bij heel wat marathons de gemiddelde tijden gestegen zijn, tot vier, vijf of zes uur of zelfs meer. Daar komen nog andere factoren bij. Het aantal deelnemers en sponsors is toegenomen, waardoor er ook meer bevoorradingsposten zijn. Zo kun je tijdens sommige marathons om de 200 meter drinken. Onervaren lopers zullen al die kansen letterlijk aangrijpen, met het risico dat ze gedurende te lange tijd te veel drinken.
Opgelet voor zoutverlies
Opgelet dus voor de eerste symptomen van hyponatremie: gezwollen handen, misselijkheid, duizeligheid en verwardheid. In die gevallen is het belangrijk om te stoppen en zoute producten te eten. Maar laat het liever niet zo ver komen: drink weliswaar regelmatig, maar niet méér dan u zweet verliest. Specialisten benadrukken ook dat het belangrijk is om lichtgezouten dranken te kiezen.
Rugpijnpreventie begint op de lagere school
(Bron: Universiteit Gent)
Acht op tien volwassenen heeft last van rugpijn. Omdat rugpijn op jonge leeftijd een belangrijke risicofactor is voor rugpijn op volwassen leeftijd, is het belangrijk dat met preventie -bijvoorbeeld door de promotie van rugvriendelijk bewegen en sport- al in de lagere school wordt aangevangen. Dat besluit Elisabeth Geldhof, die vandaag haar doctoraat verdedigt aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent.
Zithouding
Het doctoraatsonderzoek van Elisabeth Geldhof bracht de zithouding in kaart van kinderen uit het 4de tot het 6de leerjaar (9 tot 11 jaar) in 16 Vlaamse basisscholen. Een verkeerde zithouding is namelijk de meest vermelde uitlokkende factor van rugpijn bij kinderen. Kinderen die vaak in een houding met een gebogen rug zitten, hebben significant meer last van rugpijn.
In het kader van haar doctoraatsstudie implementeerde Elisabeth Geldhof gedurende twee jaar in de onderzochte scholen een rugscholingsprogramma. Het doel was de dagelijkse belasting op de jonge rugstructuren te optimaliseren. Het programma benadrukte verschillende aspecten ter promotie van rugvriendelijk verantwoord bewegen. Zo waren er lessen rond correcte rughoudingen en mochten de kinderen de lessen volgen op zitballen of gebruik makend van een speciaal kussen dat hun rughouding corrigeerde en werd met de leerkrachten samengewerkt om het klasgebeuren dynamischer te maken.Na twee jaar bleken de resultaten van het programma significant:
Geprikkelde enkel remt overactieve blaas
Bron(nen): UMC St. Radboud
Elektrische stimulatie van een zenuw bij de enkel leidt bij veel patiënten met een overactieve blaas tot goede resultaten. Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door Floor van der Pal, uroloog in opleiding aan het UMC St Radboud. De behandeling is volgens Van der Pal een aantrekkelijk alternatief voor een veel ingrijpendere blaasoperatie. Op woensdag 11 oktober promoveert Van der Pal op dit onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
In Nederland en andere westerse landen heeft ongeveer zeventien procent van de mensen last van een overactieve blaas. De klachten - hevige aandrang, vaak plassen en ongewild urineverlies – zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijke daling van de kwaliteit van leven. Soms zijn de symptomen zo ernstig dat invaliditeit en arbeidsongeschiktheid het gevolg zijn. In de Verenigde Staten worden alleen al de kosten van de medische zorg voor mensen met een overactieve blaas geschat op 16 tot 26 miljard dollar per jaar. Vanwege een vergrijzende bevolking zal de problematiek alleen maar verder toenemen, ook in Nederland.
Negatieve plasprikkel
Floor van der Pal, uroloog in opleiding aan het UMC St Radboud: “In eerste instantie wordt bekeken of de klachten zijn te verhelpen met medicijnen, fysiotherapie, blaastraining of biofeedback. Helpen deze therapieën niet, dan is een blaasvergroting of blaasvervanging vaak het enige - maar erg ingrijpende - alternatief.” Van der Pal onderzocht de afgelopen jaren of patiënten baat kunnen hebben bij percutaneous tibial nerve stimulation (PTNS).
Bij deze vorm van neurostimulatie wordt net boven de enkel een zenuw (de nervus tibialis) elektrisch geprikkeld. Die zenuw heeft bij het ruggenmerg een overlapping met de zenuwen voor de blaas. Via deze overlap worden de overactieve prikkels geblokkeerd, waardoor de blaas rustiger wordt. Dat is het idee, want bewezen is het nog niet helemaal.
Implantaat minder belastend
Maar het werkt wel. In Nederland zijn inmiddels honderden mensen behandeld met PTNS, een methode waarbij de patiënt met een naaldje in de enkel wordt geprikt. Via dat naaldje wordt de zenuw (nervus tibialis) twaalf keer een half uur lang geprikkeld. Dat gebeurt meestal op de polikliniek. Werkt deze aanpak, dan heeft de patiënt daarna voldoende aan een onderhoudsbehandeling, doorgaans eens in de twee tot drie weken.
“Toch is ook dat nog vaak behoorlijk belastend”, zegt Van der Pal. “De patiënt moet er steeds weer voor naar het ziekenhuis en de poli’s stromen zo helemaal vol. Vandaar dat ik ook nog naar een andere oplossing heb gezocht: een stimulator ter grootte van een muntstuk van twee euro die onder de huid wordt geplaatst. Zo kan de patiënt thuis met een afstandbediening zelf zijn onderhoudsbehandeling uitvoeren in een dosering die het beste bij hem of haar past. Cosmetisch is het ook in orde: de ingebouwde stimulator is zo goed als onzichtbaar.”
Tevreden
De resultaten van de eerste acht patiënten zijn veelbelovend, stelt Van der Pal. Precies een jaar na de implantatie werkt de neuromodulatie nog goed bij vier van de acht patiënten. Zelf zijn ook tevreden met het resultaat. Van der Pal: “Na de operatie kunnen de patiënten kortdurend loopproblemen en spontane tintelingen onder de voetzolen hebben. Toch vinden ze dat de kwaliteit van hun leven duidelijk is verbeterd door de stimulator.”
Van der Pal ziet PTNS als een reële optie voor patiënten met een overactieve blaas. “Uit mijn onderzoek komt deze behandeling naar voren als een effectieve, veilige en goedkope methode”, zegt ze, “die kan worden ingezet als de patiënten niet reageren op de gebruikelijke therapie en niet toe zijn aan een operatie.”